Een sollicitatiegesprek voeren als werkgever lijkt eenvoudig, je stelt wat vragen, je krijgt antwoorden en je voelt wel of het klikt. Precies daar gaat het mis: op gevoel selecteren leidt aantoonbaar vaker tot mismatches dan gestructureerd interviewen. En in een arbeidsmarkt waar goede kandidaten schaars zijn, is het gesprek bovendien tweerichtingsverkeer: de kandidaat beoordeelt jou net zo hard als jij hem. In dit artikel krijg je een praktische voorbereiding, 20 concrete vragen en de valkuilen die je wilt vermijden.
De voorbereiding: win het gesprek vóór het begint
Een goed sollicitatiegesprek begint niet bij de handdruk, maar een dag eerder:
- Lees het cv écht. Niet vijf minuten vooraf scannen, maar vooraf doornemen en opvallende punten markeren: gaten, korte dienstverbanden, een carrièreswitch. Niets is pijnlijker voor een kandidaat dan merken dat je zijn cv voor het eerst ziet.
- Bepaal de structuur. Spreek af hoe het gesprek loopt: kennismaking, jouw vragen, ruimte voor de kandidaat, vervolgstappen. Vertel die structuur ook aan het begin, dat geeft rust aan beide kanten.
- Bepaal wie erbij zit. Twee interviewers is ideaal: één voert het gesprek, één observeert en maakt aantekeningen. Meer dan drie wordt een tribunaal. Zorg dat vooraf duidelijk is wie welke onderwerpen behandelt.
- Weet wat je zoekt. Formuleer vooraf drie tot vijf criteria waarop je beslist. Zonder criteria beslis je achteraf op onderbuik. Dat begint overigens al bij de vacature: wie de functie scherp heeft omschreven, voert ook scherpere gesprekken, zie ons artikel over een vacaturetekst schrijven.
Gestructureerd interviewen: dezelfde vragen, eerlijker vergelijken
De grootste kwaliteitssprong maak je met één simpele afspraak: stel elke kandidaat voor dezelfde functie dezelfde kernvragen, in dezelfde volgorde, en scoor de antwoorden op dezelfde criteria. Dat voelt minder spontaan, maar het maakt kandidaten werkelijk vergelijkbaar en het drukt de invloed van sympathie, toeval en dagvorm. Je hoeft niet het hele gesprek dicht te timmeren, houd naast de vaste kernvragen gerust ruimte voor doorvragen en een persoonlijk gesprek. De kern is: gelijke meetlat, betere beslissing.
20 vragen voor het sollicitatiegesprek
Motivatie (5 vragen)
- Waarom solliciteer je juist bij ons, en niet bij een vergelijkbaar bedrijf?
- Wat weet je al van ons bedrijf en wat sprak je daarin aan?
- Wat maakt dat je je huidige baan wilt verlaten?
- Wat moet deze baan je brengen om over een jaar tevreden te zijn?
- Welke onderdelen van de functie lijken je het leukst, en welke het minst?
Ervaring en vaardigheden (5 vragen)
- Welke resultaten uit je vorige functie ben je het meest trots op?
- Welk deel van deze functie heb je nog nooit gedaan, en hoe zou je dat aanpakken?
- Met welke systemen, machines of methodes heb je gewerkt die hier relevant zijn?
- Waar liep je in je laatste functie tegenaan en wat heb je daarvan geleerd?
- Wat zou je vorige leidinggevende zeggen als ik vraag waar jij goed in bent, en waar minder?
Cultuurfit (5 vragen)
- In wat voor team functioneer jij het best, en in welk team juist niet?
- Hoe wil je aangestuurd worden: veel vrijheid of duidelijke kaders?
- Wat waardeerde je het meest aan de sfeer bij je vorige werkgever, en wat stoorde je?
- Hoe ga je om met feedback waar je het niet mee eens bent?
- Wat heb je van een werkgever nodig om lang te blijven?
Situationeel: de STAR-methode (5 vragen)
De beste voorspeller van toekomstig gedrag is gedrag uit het verleden. Vraag daarom naar concrete situaties en vraag door via STAR: Situatie (wat speelde er?), Taak (wat was jouw rol?), Actie (wat deed jíj precies?) en Resultaat (wat leverde het op?). Blijft een antwoord algemeen (“dan overleg ik altijd goed”), vraag dan naar één specifiek voorbeeld.
- Vertel over een keer dat je onder hoge tijdsdruk moest leveren. Hoe pakte je dat aan en wat was het resultaat?
- Beschrijf een conflict met een collega of klant. Wat deed jij om het op te lossen?
- Geef een voorbeeld van een fout die je hebt gemaakt. Hoe handelde je die af?
- Vertel over een moment waarop je iets moest doen zonder duidelijke instructies. Wat deed je?
- Beschrijf een situatie waarin je een collega of klant hebt overtuigd van jouw aanpak. Hoe deed je dat?
Valkuilen: waar het als werkgever misgaat
- Te veel zelf praten. De klassieker: de interviewer is 70 procent van de tijd aan het woord en gaat naar huis met een goed gevoel, over zichzelf. Richtlijn: de kandidaat praat het grootste deel van het gesprek.
- De eerste-indruk-bias. Binnen enkele minuten vorm je een oordeel en de rest van het gesprek zoek je onbewust naar bevestiging. Juist daarom werken vaste vragen en scoren per criterium: die dwingen je het hele gesprek serieus te nemen.
- Gesloten vragen. “Kun je goed samenwerken?” levert altijd “ja” op. Vraag naar voorbeelden en situaties, niet naar zelfbeoordelingen.
- Beloften doen die je niet waarmaakt. In het enthousiasme van een goed gesprek worden snel toezeggingen gedaan over salaris, doorgroei of thuiswerken. Een gebroken belofte in gesprek één is de snelste route naar vertrek in maand drie.
- Vragen die niet mogen. Vragen over zwangerschap, gezondheid, geloof of afkomst zijn niet toegestaan en zeggen bovendien niets over geschiktheid. Houd het bij de functie.
Afronden en opvolgen: hier verlies of win je de kandidaat
Sluit elk gesprek af met een concreet vervolg: wanneer hoort de kandidaat iets, van wie en wat zijn de stappen daarna. En houd je daar vervolgens aan. Goede kandidaten hebben meerdere opties; wie twee weken niets laat horen, hoeft niet meer te bellen. Snelle, persoonlijke terugkoppeling, ook bij een afwijzing, bepaalt hoe er over jou als werkgever wordt gepraat. Hoe je dat hele traject van sollicitatie tot aanname soepel inricht, lees je in ons artikel over candidate experience.